Categorie archief: Blog

Hyperventilatie bij kinderen

Ik kan dan gewoon geen lucht meer krijgen en ik denk dat ik dood ga.
De eerste keer dat het gebeurde was bij de gym. Ik stond in de rij, we moesten een vogelnestje maken in de ringen. Ik kreeg eerst een raar gevoel in mijn vingers en in mijn gezicht, ik voelde me slap worden. Ik ging op de grond zitten maar het benauwde gevoel werd steeds erger. De juf heeft mijn moeder gebeld en die heeft mij toen opgehaald. Thuis ging het gelukkig weer wat beter.
Nu ben ik steeds zo bang dat het weer gaat gebeuren. Soms voel ik het aankomen. Dan denk ik ‘zie je wel, daar komt het weer’. Meestal heb ik gelijk, helaas. We hebben afgesproken met de juf dat ik met de gym even niet mee hoef te doen als ik het weer voel opkomen. Vaak zit ik nu de hele les aan de kant. Ook in de klas is het al een paar keer gebeurd. Andere kinderen vinden me gek…of zielig. Ik ben bang dat ze denken dat ik me aanstel.
Soms voel ik het al in de ochtend dat ik weer een aanval ga krijgen en ik ben al een aantal keer thuis gebleven van school. Over een paar maanden gaan we op kamp. Ik wil graag mee maar ik ben ook zo bang dat het daar ook gebeurd. Volgend jaar ga ik naar de middelbare…ik hoop echt dat het dan over is.

Evi is 12 jaar en zit in groep acht, Het is een sociaal en slim meisje. Ze is muzikaal en creatief. Op school kan ze goed meekomen, ze heeft vriendinnen. ‘Ja, onderling is er wel eens wat tussen die meiden, het kan er soms venijnig aan toe gaan’ vertelt haar moeder. Evi is een meisje dat het graag goed wil doen, ze zit op pianoles, op toneelspelen en op volleybal. Volgens haar ouders legt ze de lat vaak erg hoog voor zichzelf; wat ze doet wil ze ook goed doen. De keuze voor de middelbare school vond ze erg lastig. Ze heeft zich hier erg druk over gemaakt. Ze heeft uiteindelijk gekozen om naar een andere school te gaan dan haar beste vriendin gaat. Dapper, vinden haar ouders. Evi lijkt het ook wel erg spannend te vinden.

Hyperventilatie, wat is het?

Eigenlijk hoort er een vrij technisch,of liever biologisch verhaal bij het uitleggen wat hyperventilatie is.
Bij iedere inademing neemt je lichaam zuurstof op en bij iedere uitademing wordt er koolzuur uit het lichaam verwijderd. Je lichaam past de ademhaling aan wat je op dat moment nodig hebt.
Bij sterke emoties maakt je lichaam zich klaar om een reactie te geven. Bij boosheid maakt het zich klaar om te vechten en bij angst om weg te rennen. Intense gevoelens van boosheid, angst en ook verdriet vragen om het maken van een geluid; een schreeuw of een brul.
Om dit te kunnen doen ga je dus sneller ademen.
Blijft deze schreeuw en de handeling (vechten, vluchten) echter uit dan wordt er als het ware ‘teveel geademd’. Doordat er te veel wordt uitgeademd verlaat er teveel koolzuur het lichaam en hierdoor wordt het bloed te weinig zuur.
Deze lage zuurgraad van het bloed zorgt voor allerlei lichamelijke sensaties zoals duizeligheid, tintelingen, trillen, hartklopping, pijn op de borst, het zich vervreemd voelen van de werkelijkheid (derealisatiegevoelens) en angst.

Waarom gaat iemand hyperventileren?

Wanneer wij onze ware natuur zouden volgen en onze emoties zouden uiten door te schreeuwen, te brullen, te vechten en weg te rennen dan zou ons lichaam precies dat krijgen wat het nodig heeft. Wanneer het lichaam de tijd krijgt om weer te herstellen zou er niets aan de hand hoeven zijn.

Maar in onze samenleving leren we om onze emoties te controleren. We leren om woede, angst en verdriet niet direct te tonen maar om te zetten in taal, of desnoods in te slikken, weg te duwen of uit te stellen.
Hier kunnen we zo goed in worden dat we ons er soms niet eens meer bewust van zijn wat we nou precies voelen. We verliezen als het ware het contact met onze oorspronkelijke emoties.

Hyperventilatie bij kinderen en jongeren

Kinderen leren in de loop der jaren om hun emoties te reguleren en zich aan te passen aan hun omgeving. Het niet uiten van emoties kan leiden tot spanningen. Veel kinderen in de schoolleeftijd ervaren veel druk. Dit kan te maken hebben met gezinsproblemen of met de schoolsituatie. Daarnaast reageren kinderen verschillend op stressvolle situaties. Bij het ene kind is het ‘alarmsysteem’ scherper afgesteld dan bij anderen waardoor het eerder stress ervaart. Een kind dat spanningen ervaart zal op een stressvolle situatie eerder met hyperventilatie reageren.

Vicieuze cirkel

Een aanval van hyperventilatie is heel beangstigend. Het kan gepaard gaan met het gevoel te stikken, de angst om de controle te verliezen, gek te worden, of dood te gaan. Deze angst verergert de symptomen direct.
Wanneer een kind een hyperventilatieaanval heeft gehad kan het erg bang worden om het nog eens te krijgen.
Een situatie die lijkt op de situatie die het eerder heeft uitgelokt, of zelfs de gedachte dat het mogelijk weer kan gebeuren, kan de angst ‘triggeren’, waardoor er opnieuw een hyperventilatieaanval kan ontstaan.

De angst dat een aanval nog eens zal optreden noemen we anticipatieangst en deze angst kan er voor zorgen dat een kind bepaalde situaties waarin de klachten optraden, gaat vermijden. Er kan een patroon van vermijdingsgedragingen ontstaan en er kunnen zelfs fobieën ontwikkelen, zoals sociale fobieën, straat- en schoolfobieën.

Wat kunnen ouders (of de leerkracht)doen?

Wanneer het kind een (eerste) hyperventilatie heeft is het belangrijk om het kind gerust te stellen. Blijf bij het kind zitten en vertel dat goed gaat komen. Moedig het kind aan om rustiger uit te ademen. Belangrijk is dat je zelf niet in paniek raakt.
Voor veel kinderen is het fijn als ze weten wat er gebeurd is; hierdoor kunnen ze deze beangstigende ervaring beter plaatsen. Een kind dat bang wordt voor een bepaalde situatie kun je het beste serieus nemen en toch ook stimuleren om de situatie wel aan te gaan. Wanneer je merkt dat jullie in een vicieuze cirkel terecht komen, waar jullie zelf niet uitkomen, dan is het goed om hulp te zoeken.

Ademen

Een ontspannen manier van ademen, waarbij de inademing laag in je buik begint en waarbij helemaal uitgeademd word is voor iedereen gezond. Bij veel kinderen is deze natuurlijke manier van ademen echter verloren gegaan. Vaak ademen pubers vanuit de borst in en is het ademproces oppervlakkig.
Door oefeningen kan het kind weer leren om natuurlijk te ademen. Hierdoor zal het steeds beter om kunnen gaan met stressvolle situaties en zal het spanningen beter los kunnen laten.

geefmeluchtkl2

 

Cursus Geef me lucht

In de cursus ‘Geef me lucht’ leren kinderen en jongeren om te gaan met stress. In een klein groepje krijgen ze de kans om zichzelf beter te leren kennen; waar ben ik goed in? waar maak ik me druk om? wat doet stress met mij?
In deze cursus leg ik uit wat hyperventilatie is zodat kinderen en jongeren hier meer inzicht in, en meer grip op, krijgen.
Door ademhalings-en ontspanningsoefeningen leren pubers hoe ze spanningen los kunnen laten en wat ze kunnen doen als ze een hyperventilatieaanval hebben.
In een aparte bijeenkomst geef ik ouders handvatten hoe ze hun kind met hyperventilatieklachten het beste kunnen helpen.

→Lees meer over de cursus.

Uiteraard kunnen kinderen met hyperventilatieklachten en hun ouders ook in mijn praktijk terecht voor een individueel traject.

Verlegenheid

Als de juf opeens iets aan me vraagt dan kan het zomaar gebeuren…..
Dan krijg ik het opeens heel warm en voel ik me benauwd. Ik ga stotteren en het voelt alsof mijn keel wordt dichtgeknepen. Ik probeer mezelf rustig te krijgen en antwoord te geven op de vraag, maar het lijkt alsof ik de woorden niet meer kan vinden.
Ik voel iedereen naar me kijken. Het liefst zou ik op dat moment heel klein en onzichtbaar worden.
(meisje, 11 jaar)

Verlegenheid

verlegeheid
Misschien herken je dit gevoel wel van vroeger. Of misschien heb je, samen met nog vele andere volwassenen, nog wel eens last van verlegenheid.

Maar wat bedoelen we nou eigenlijk met verlegenheid?
Wikipedia geeft als definitie:  Verlegenheid is de geremdheid die men ervaart om de afstand tot iemand of een bepaalde zaak te durven overbruggen.

Nou en?

Omdat verlegenheid een toestand is die de meeste van ons in meer of mindere mate wel  kennen, zal het vast ook wel een positieve functie hebben (anders zou ‘moeder natuur’ dit toch niet bedacht hebben?)
Een positief gevolg van verlegenheid is bijvoorbeeld dat het je ervan weerhoudt om direct te reageren op een impuls. Hierdoor krijg je de gelegenheid om er nog even over na te denken. Het voorkomt dat je onbezonnen te werk gaat.
Ook de reactie die jouw verlegenheid oproept bij anderen heeft een positieve kant. Veel mensen waarderen een bescheiden houding.  Mensen gaan bovendien voorzichtiger met je om  als ze merken dat je verlegen reageert. Hierdoor  komt informatie meer gedoseerd bij je binnen, wat voor gevoelige mensen onder ons prettig kan zijn.

Veel mensen kunnen  prima met hun verlegenheid omgaan. In sommige, vaak nieuwe of onbekende situaties kunnen ze verlegen reageren (de kat-uit-de-boom- kijkers). De ervaring leert dat het vanzelf minder wordt.
Mensen die om kunnen gaan met hun verlegenheid zijn vaak de mensen die hun verlegenheid accepteren, er met mildheid naar kunnen kijken, en er niet te
zwaar aan tillen als ze een keer blozen of hakkelen.

Wanneer wordt verlegenheid een probleem?

Verlegenheid wordt pas een probleem als het je belemmert  in je dagelijks functioneren.
Als je steeds op je rem gaat staan, waardoor het je niet meer lukt  om op de situatie te reageren. Of als je door je verlegenheid bepaalde situaties gaat vermijden.

Ten grondslag aan verlegenheid ligt meestal angst. Vaak de angst om afgewezen te worden.
Wanneer je je  druk maakt over wat anderen van jou vinden, en je probeert hier invloed op uit te oefenen, vergroot je de kans op geremdheid en verkramping.

Het proberen te onderdrukken van reacties die het gevolg zijn van verlegenheid, heeft een averechts effect. Wanneer je in een situatie plotseling  bent gaan blozen en je wilt dit in een volgende situatie perse voorkomen, dan kan het blozen juist toenemen en kan er zelfs bloosangst ontstaan.
Bij pubers, die volop bezig zijn met het ontwikkelen van een identiteit en het vaak het gevoel  hebben dat de hele wereld een oordeel over hen heeft, komt dit veel voor.

Wat kun je doen?

Belangrijk is om verlegenheid als een eigenschap , of zelfs als kwaliteit te zien, en niet als iets dat overwonnen moet worden.
Hou je niet bezig met wat anderen mogelijk denken, maar richt je op wat jij belangrijk vindt.
Door je focus in het hier en nu, bij jezelf , en de taak die je aan het uitvoeren bent, te houden wordt het makkelijker om die dingen te doen die jij belangrijk vindt.
Hoe je reageert in sociale situaties heeft zijn wortels in heel oude denk –en gedragspatronen.
Hulp vragen bij het veranderen van deze  patronen, met als doel vrienden te kunnen worden met je verlegenheid, is altijd de moeite waard!

In mijn volgende artikel kun je lezen hoe het meisje uit het voorbeeld heeft leren omgaan met haar verlegenheid, en hoe haar ouders haar hierbij hebben geholpen.

Hooggevoeligheid

Sommige kinderen lijken fijner te zijn afgestemd op hun omgeving dan anderen.
Ze nemen de informatie die bij hen binnen komt heel nauwkeurig waar om er vervolgens ook  nauwkeurig een oordeel over te vormen.

Fijnbesnaard

Ik vergelijk het wel eens met een instrument dat heel fijnbesnaard is.
Bij deze kinderen, ook wel hooggevoelige kinderen genoemd,  lijkt ‘hun instrument’  makkelijker in trilling te komen dan dat van andere kinderen. Hierdoor komt informatie eerder en intenser binnen.
Deze kinderen  kunnen  gevoelig zijn voor bijvoorbeeld  licht, geluid  of pijn, maar bijvoorbeeld ook voor bepaalde stofjes uit de omgeving of in voeding, die tot irritatie en allergieën kunnen leiden.

hooggevoelig

Antennes

Behalve voor zintuiglijke prikkels kunnen deze kinderen ook extra goed ontwikkelde antennes hebben voor de gevoelens en gedachten van anderen. Zelfs wanneer de ander deze gevoelens niet toont (en er misschien zelfs niet eens bewust van is) kunnen hooggevoelige kinderen deze soms oppikken.

Als je hooggevoelig bent wil dat niet zeggen dat je al deze vormen van informatie in versterkte mate binnen krijgt. Vaak zie je dat een kind een gevoeligheid  heeft voor een bepaalde vorm.

Overlopen

Je kunt je voorstellen dat deze kinderen soms zo overprikkeld raken dat ze het gevoel hebben dat ze overlopen. Er kan niets meer bij en het hele systeem lijkt overbelast.

Deze overprikkeling kan allerlei vervelende gevolgen hebben;  driftbuien, angsten, hoofdpijn en buikpijn.  Maar ook tot een toename van lichamelijke klachten zoals astma en eczeem.

Vaak proberen hooggevoelige kinderen overprikkeling te voorkomen door zich bijvoorbeeld terug te trekken, waardoor ze voor de buitenwereld, verlegen of
timide over kunnen komen, en waardoor problemen als onderpresteren en het vermijden van situaties kunnen ontstaan.

Loslaten

Voor hooggevoelige kinderen  is het heel belangrijk om de indrukken die ze opdoen ook weer los te laten. Om goed los te kunnen laten is een ontspannen manier van ademhalen een eerste belangrijke stap. Veel  kinderen ademen vanuit een te hoog punt, en ademen niet helemaal uit. Hierdoor ontstaat een oppervlakkige, snelle ademhaling.
Door (opnieuw) een ontspannen lage buikademhaling aan te leren, waarbij er steeds helemaal uitgeademd wordt, ervaren kinderen dat ze in korte tijd echt kunnen ontspannen.
Door dit regelmatig te oefenen merken kinderen dat ze beter herstellen wanneer ze overprikkeld zijn, maar ook dat ze steviger
met beide voeten op de grond komen te staan.
Ze leren hun lichaam beter voelen en krijgen meer inzicht in wat er met hen gebeurd wanneer ze overprikkeld raken.
Hierdoor leren ze hoe  zij nog beter voor zichzelf kunnen zorgen zodat ook de mooie kanten van hooggevoeligheid aan het licht kunnen komen.

Hooggevoeligheid kan dan worden ervaren als een gave.

Ik zie jou!

Ik hoor vaak van ouders dat ze zo graag wat meer ‘echt contact ‘ willen hebben met hun kind.
Ze willen weten wat er in dat koppie omgaat en hoe hij of zij zich voelt.

Maar hoe zit dat dan? Want wij maken als ouders best graag tijd vrij voor onze kinderen.
Na school bijvoorbeeld, of tijdens het eten, of bij het naar bed brengen. We vragen hoe hun dag is geweest en vinden het jammer als we het moeten doen met een antwoord als ‘wel leuk’ of ‘gewoon’.

Misschien is dat ook wel onze eerste valkuil; dat wij bepalen wanneer we tijd hebben voor onze kinderen, en vervolgens verwachten dat ons kind nu ook tijd en zin heeft in echt contact. De mooiste momenten  met onze kinderen ontstaan echter vaak spontaan, juist wanneer  we het niet verwachten.

Een tweede valkuil is dat we denken dat we beschikbaar zijn voor ons kind terwijl dat eigenlijk niet zo is. Want wees eerlijk, hoe vaak komt het voor dat je eigenlijk ‘bezet’ bent; in gedachten, of op weg van hier naar daar. Hoe vaak loop jij de kamer van je kind binnen met een vraag, of eigenlijk een opdracht (‘wil je even je tas opruimen…’) zonder dat je eerst even kijkt wat hij of zij aan het doen is.
We zijn soms zo druk met onze eigen gedachten, dat we niet eens opmerken dat ons kind in een interessant gesprek is met zijn vriendje, of helemaal opgaat in zijn spel.

Als ouders kun je je ervan bewust worden wanneer je handelt vanuit de automatische piloot.
Je kunt er voor zorgen dat je houding meer open en uitnodigend wordt.
Door bijvoorbeeld te oefenen in ‘het je leegmaken’ kun je de bijzondere  momenten van echt contact leren zien en benutten, zodat deze een grotere rol gaan spelen in jullie leven.

Een van de oefeningen uit de cursus ‘opvoeden met aandacht‘ is dat je met volledige aandacht aanwezig bent bij een routineactiviteit. Bijvoorbeeld dat je je dochter een paar minuten aandacht geeft als je haar wakker maakt. Of echt even stopt met waar je mee bezig bent als je zoon thuis komt uit school. Het is mooi om terug te horen van ouders dat kinderen hier vaak zo positief op reageren.

Dit alles heeft  ook te maken met een gevoel van respect dat je naar je kind uitstraalt.
Ik moet hierbij denken aan het Hindoeïstische gebaar Namaste; De ziel in mij groet de ziel in jou.
Of zoals de Na’vi’s in de fantasiefilm Avatar elkaar begroeten met  ‘Oel ngati kameie’of ‘I see You’; De Heiligheid in mij ziet de Heiligheid in jou… ik zie mezelf door jouw ogen.
amansta

Van doen naar zijn

Iedere ouder wil dat zijn of haar kind gelukkig is.
Vanaf het eerste moment dat je kind, totaal van jou afhankelijk, in je armen ligt, wil je hem beschermen en wil je gevaar en ellende ver buiten de deur houden.

Loslaten

Maar zodra je kind geboren is begint ook het grote loslaten al.
Je kleine hummel leert lopen, gaat naar school, krijgt te maken met allerlei kinderen en  volwassenen en wordt dus ook steeds meer blootgesteld aan factoren waar jij niet direct invloed op hebt.
Natuurlijk is het jouw taak als ouder om je kind hierbij te begeleiden en om hem te beschermen.
Maar helaas voorkom je niet dat je kind af en toe valt, zichzelf pijn doet of door anderen gekwetst wordt.

Voor jou als ouder is het vaak moeilijk om te zien dat je kind pijn of verdriet heeft, ook al weet je wel dat je kind dit soort ervaringen ook nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen.
Kinderen hebben van alles te leren, maar ouders ook! Hoe laat je je kind los?
Mag het zijn eigen lessen leren?
Zijn eigen fouten maken?
Zijn eigen pad bewandelen?

Kusje-er-op

Wanneer je kind gepest wordt, heel verdrietig is of worstelt met zijn sociale contacten, kun jij je als ouder aan de zijlijn voelen staan. En dat is vaak nog wel het moeilijkste; dat je je zo machteloos voelt.
Het is moeilijk te verdragen dat je kind pijn heeft. Je wilt je kind helpen, een oplossing vinden, een ‘kusje-er-op’.
Maar soms zijn er situaties waar je geen controle over hebt en soms lijkt het alsof je echt niets kunt doen.

Wanneer je als ouder met je handen in het haar zit en geen enkele oplossing juist lijkt te zijn, kun je eigenlijk niets anders doen dan je aandacht op jezelf richten.
Een troostende gedachte kan zijn dat dit juist ook hetgeen is waar je je kind het meest mee helpt.

Hoe wil ik zijn?

In plaats van dat je vraagt: “Wat kan ik doen?” , kun je je de vraag stellen: “Hoe wil ik nu zijn?”

Hoe wil jij als moeder of vader zijn?, nu je kind zo verdrietig is, of  zoekend is naar hoe hij of zij moet handelen.
Op deze vraag kun je gelukkig meestal wel een antwoord vinden. Want hoe machteloos jij je in een situatie kunt voelen, je hebt altijd de keuze hoe jij er bent voor je kind.

Zo kun je je voornemen om stimulerend te zijn….aanmoedigend…..of relativerend. Misschien kies je er voor om ‘alleen maar’ liefdevol beschikbaar te zijn nu je kind het zo moeilijk heeft, zodat hij weet dat hij niet alleen is.

Door de focus te leggen op je houding en je gedrag help je jouw kind om verdriet en pijn te leren verdragen.

Doe-lijstjes

‘Als ik straks vakantie heb, dan heb ik tijd, dan ruim ik die kasten uit, dan maak dat fotoalbum, dan probeer ik dat lekkere maar tijdrovende gerecht eens te maken.’
Maar ja, zo met de kinderen gezellig een week thuis, is er toch weer minder uit mijn handen gekomen dan ik stiekem had gehoopt.
Mijn doe-lijstje is niet zo veel geslonken. Sterker nog: ik heb er weer wat aan toegevoegd!

Ik hoor het veel om me heen, vooral van vrouwen (hoe komt dat toch?). We willen zoveel en er is maar zo weinig tijd.
Ons hoofd zit vol met ideeën en er lijkt soms maar  weinig uit onze handen te komen.

Als we niet bezig zijn met plannen maken (dus bezig zijn met de toekomst) dan zijn we op een of andere manier wel bezig met overtuigingen die we van onszelf, van anderen of van de wereld hebben (dus bezig met het verleden).

Wanneer zijn we dan echt in het hier en het nu? Daar waar het echt dient te gebeuren.

Enkele jaren terug las ik een mooie zin:  ‘Ben met je hoofd, waar je lichaam is’.
Deze zin helpt me op momenten dat ik overloop, en even niet meer weet waar ik moet beginnen. Het brengt me weer terug in het hier en nu, bij de activiteit waar ik mee bezig ben.

Het mooie is dat het me ook weer richt op waar het voor mij echt om gaat .
Als ik met mijn dochter door de stad loop, ben ik met haar, en ervaar ik het contact. Als ik door het bos loop geniet ik van de geur en het groen. In de trein ben ik me meer bewust van de mensen om me heen en het landschap dat aan me voorbij trekt.

De doe-lijstjes zitten nog wel ergens in mijn hoofd hoor, maar op de een of andere manier lijkt het alsof er meer ruimte tussen mijzelf en mijn gedachten en gevoelens is, en dat geeft rust.

Het helpt mij om dingen ook echt gedaan te krijgen en het helpt mij vooral om het rare idee los te laten dat ik mijn doe-lijstje ooit echt af moet krijgen.

Cito

‘Ik wist meteen dat deze school het niet zou worden; veel te kaal en te saai! ‘.
‘Ach de keuze had hij al een jaar geleden gemaakt; hij wil een school waar je lekker veel kan sporten!’
Hij gaat eigenlijk alleen nog maar bij andere scholen kijken om het echt zeker te weten.

Een dag later vertelt een meisje, ook uit groep acht, enthousiast  over de proefjes die ze op de open dag heeft gedaan.
Ze kan niet wachten tot het zover is! Het maakt haar niet zoveel uit welke school het wordt, als ze maar bij één van haar vriendinnen komt.

Voor weer een andere jongen is het een ‘Ver- van- mijn- bed- show’. Hij kan zich er geen voorstelling van maken en eigenlijk heeft hij ook nog helemaal geen haast. Nog een jaar groep acht zou hij ook prima vinden.

Voor veel kinderen uit groep acht is dit een spannende tijd.
Nu zijn ze de grootsten van de school en is alles vertrouwd en bekend. Straks horen ze weer bij de kleinsten en gaan ze met een tas vol met boeken op de fiets naar school.

Er gaat veel veranderen, zowel van binnen als van buiten.
Alsof dat niet genoeg is, moeten ze nu al een school kiezen die bij hen past.
Kinderen kunnen zo mooi  hun eigen voorkeuren hebben (en afkeuren). Hoewel de motivatie hierbij vaak wat kortzichtig en niet zo overwogen lijkt, voelt een kind toch soms ook haarfijn aan wat bij hem past.

Nu moet er ook een keuzes gemaakt moeten worden over de richting waar je kind op gaat.
Welk niveau past nou het beste bij je kind? Wat kan het aan? Waar gaat hij zich gelukkig bij voelen?

In maart krijgen veel kinderen de uitslag van de Cito-toets. Voor veel kinderen (en ouders) is dit  spannend.
Soms komt de uitslag overeen met de  verwachtingen, en is het een bevestiging van wat jullie eigenlijk al wisten. Het kan natuurlijk ook zijn dat de score tegenvalt, wat zijn de consequenties hier dan van?

De score van de Cito-toets zegt natuurlijk niet alles.
Het beeld dat de school heeft van het kind en zijn de manier waarop hij omgaat met leerstof wordt meegenomen in het plaatje.

Maar hebben we hiermee voldoende zicht op de unieke talenten en wensen van het kind?

Orthopedagoog Nelly ter Voert voegt in haar artikel nog 4 dingen aan toe die van belang zijn om tot een gepaste studiekeuze te komen:

  1. Talenten van je kind
  2. Motivatie
  3. Manier van leren: intelligentiestrategieën
  4. Wensen van het kind; beeld van de toekomst

Wil je meer weten over wat je nodig hebt om een goed beeld van je kind te krijgen en een goede keuze te maken voor een passende middelbare school >→ http://kidscompas.wordpress.com/

Groeien

Onze hond is nu negen maanden, al bijna pup-af dus.
Zo’n beestje komt toch wel echt je leven binnen denderen hoor.
Absoluut gezellig en leuk, maar er komt wel wat bij kijken.

Het uitlaten tussen de middag is mijn taak.
Heerlijk vind ik dat, om even mijn werk te onderbreken en het bos in te gaan.
Daar heb je geen hond voor nodig natuurlijk, maar mij helpt het wel om ook te gaan als het regent of als ik het druk heb.
Wat er ook in mijn leven gebeurd, het beestje moet gewoon eten, plassen, poepen en heel veel geknuffeld worden. Dat relativeert en zet me stevig met mijn voeten op de aarde.

Een verrijking dus zo’n hond. Maar ik moet toegeven dat ik het afgelopen jaar me ook  wel heb afgevraagd waar we in hemelsnaam aan begonnen zijn.
Neem het zindelijk worden. Ik heb boekjes gelezen  en allerlei mogelijk adviezen opgevolgd, maar ach,  dan lag daar weer een plasje. Nee, niet boos worden natuurlijk want dat helpt niet, gewoon opruimen en belonen als ze het per ongeluk buiten doet… zucht.
Een tijdje terug realiseerde ik me, dat ze het helemaal niet meer doet, dat plassen in huis.
Ze is hartstikke zindelijk.
Hoe is dit gebeurd en wanneer?
Het is alsof het probleem stilletjes de achterdeur is uit geslopen, toen even niemand keek.

Zo is het ook gegaan bij die ouders, die een paar maanden eerder hulp hadden gezocht voor hun zoon van zeven. Hij had dagelijks heftige driftbuien, waarbij hij om zich heen sloeg en gooide met alles wat binnen zijn handbereik kwam.
“Ach er is nog niet zoveel veranderd”, verzucht moeder tijdens ons gesprek.
“Hij piekert en tobt  nog steeds als hij iets spannends voor de boeg heeft. Hij  wil precies weten waar hij aan toe is”.
“En hoe zit het met het schreeuwen en het gooien met eten?”.
“O nee, dat doet hij niet meer….”. Ouders kijken elkaar aan. “Nee, dat is gestopt”.
Wanneer is dat gebeurd? .. en hoe dan?
Gewoon door de achterdeur naar buiten geglipt?!

In sommige gevallen is het slechts een fase waar een kind in zit, en gaat het  weer voorbij.
Het kan enorm helpen om dit voor ogen te houden als je er als ouder midden in zit.
‘Het gaat echt weer voorbij!’.

Soms gaat dit vanzelf, omdat een kind ouder wordt en er als het ware overheen groeit.
Maar soms heeft een kind hulp nodig om verder te kunnen groeien.

Zo heeft  het jongetje uit mijn voorbeeld ontdekt dat  hij eigenlijk erg bang is wanneer hij een driftbui krijgt. Hij heeft geleerd dat het niet erg is om bang te zijn en dat dit gevoel  er ook mag zijn. Hij herkent nu eerder wanneer hij in een driftbui lijkt te verzanden en kan zijn gedrag nu bijsturen. Hij weet waar het vandaan komt en wat hij nodig heeft.
Dit lukt natuurlijk niet altijd, maar de scherpe kantjes zijn eraf en er is weer rust en gezelligheid in huis.
Dit heeft hij natuurlijk niet alleen voor elkaar gekregen. Zijn ouders zijn, zonder dat ze hier erg in hadden, met hem meegegroeid. Ze zijn verder gaan kijken dan de boosheid die hij liet zien. Ze begrijpen nu ook zijn angst die daar achter ligt, en de boosheid  mag er nu meer zijn.

Het belangrijkste is wel dat ze weer zien wat voor een prachtige zoon zij hebben met al zijn unieke kwaliteiten.

Veel groeiwerk dus!
En net als bij groeien in de lengte, zie je het niet gebeuren, maar heb je het pas door wanneer je terugkijkt naar hoe het eerst was.

Steuntje in de rug

“Toe maar, ga maar kijken!”.
Lotte staat met haar moeder in de deuropening van haar klas. De andere kleuters zijn allemaal al bezig. Lotte kijkt naar wat ze doen en kruipt tegen haar moeder aan. Haar moeder loopt de klas in met Lotte aan haar vastgeplakt. Ze begint een gesprek met een andere moeder. Af en toe moedigt ze haar dochter aan; “Ga maar kijken. Toe, ga maar”. L
angzaam begint de plak wat los te laten en als Lotte twee vriendinnen naar de poppenhoek ziet lopen, gaat ze voorzichtig mee.

Moeder zucht, ‘pff iedere dag weer hetzelfde’. Lotte kent de kinderen, de juf en het ritme en toch is er steeds weer die aarzeling en dat hangen. Moeder zou zo graag eens zien dat ze gewoon lekker mee ging doen, net als de anderen kinderen. Ze kan zich er zo ongemakkelijk bij voelen. Andere kinderen zijn zo spontaan en vrolijk, terwijl haar meisje daar maar stilletjes staat.

Gevoelige kinderen

Voor sommige kinderen is de drukke kleuterklas overweldigend, iedere dag weer.
Zeker als je zo fijn besnaard bent als Lotte!
Gevoelige kinderen pikken veel signalen op en hebben tijd nodig om te ‘kunnen landen’ wanneer  ze in een andere omgeving komen.
De veiligheid van een ouder kan dan heel fijn en veilig zijn. Met een vader of moeder achter je ervaar je letterlijk een steuntje in de rug.

Maar ook een gevoelig kind wil de wereld ontdekken.  Wanneer het zich voldoende veilig voelt, wil het los komen van de ouder. Voor sommige kinderen is deze stap wel heel lastig. Als ouder weet je vaak niet hoe je je gevoelige kind hierbij kunt helpen.

Aanmoedigen en ruimte geven

Voor  een kind als Lotte helpt het wanneer haar moeder haar aanmoedigt, en haar daarnaast ook de tijd en ruimte geeft om zelf het moment te kiezen om er op uit te gaan. Voor Lotte werkt het positief dat haar moeder haar bemoedigend toespreekt , maar ook dat ze met een andere moeder  praat  en even niet op haar let. Haar schijnwerper, bij wijze van spreken, even ergens anders op zet.

Vertrouwen en acceptatie

Veel kinderen hebben ruimte nodig om met zichzelf naar voren te kunnen komen.
Om deze ruimte te kunnen geven heb je als ouder het vertrouwen nodig dat jouw kind je op een gegeven moment echt wel los wil laten.
Daarnaast is het belangrijk om te accepteren dat je kind zich op dit moment  nog niet vrij genoeg voelt en het nu nodig heeft om bij jou te zijn.

Wanneer jij het gedrag van je kind accepteert en je hier niet vervelend over voelt, zal  het voor je kind gemakkelijker worden om jou los te laten.

Tja, makkelijk gezegd natuurlijk. Want je gevoelige kind voelt natuurlijk haarfijn aan wanneer dit nog niet helemaal het geval is. Wanneer je het  ergens toch wel heel erg jammer vindt dat ze zo aan je kleeft.
Of misschien ben je zelf ook wel heel gevoelig,  en voel je jezelf niet helemaal  op je gemak in de klas, of op dat familiefeestje….
Misschien is jouw kind stiekem wel een steuntje in jouw rug.

Naast te kijken hoe je je kind het beste kunt steunen is het  ook heel interessant om te kijken wat er in zo’n lastige situatie eigenlijk met jou gebeurd.

 

Talenten

“Volgens mij haal je nu ‘talent’  en ’goed leren’ door elkaar!”
Twee jongens, ik schat 13 of 14 jaar, passeren me op de fiets.
Nee hoor, talent ..daar ben je mee geboren…..”

Het vervolg van dit boeiende gesprek kan ik niet meer horen. Jammer, want ik vind het interessant  om te horen hoe jongeren denken over talenten.
Pubers zijn volop bezig met het ontwikkelingen van hun identiteit.
Het bewust worden van hun talenten en het leren inzetten hiervan hoort hier bij.
Maar hoeveel jongeren zijn zich al echt bewust van hun talenten?
En hebben wij zelf,  als ouders van onze opgroeiende kinderen, eigenlijk zicht op onze talenten?
Zetten wij deze optimaal in om daarmee een voorbeeld te zijn voor onze kinderen?
En wat is talent nou eigenlijk?

Innerlijke drive

Ieder mens wordt  met bepaalde mogelijkheden geboren. Ieder kind heeft daarnaast ook een geheel eigen voorkeur om de wereld te ontdekken.  De strategieën die het kind het liefst gebruikt om zijn wereld te verkennen, zijn de voorlopers van de talenten die ze later kunnen laten zien.
Dit zie je heel mooi terug in de manier waarop je kind speelt. Wanneer je  kind zich helemaal vrij voelt zal het die strategie gebruiken die het dichts bij hem ligt. Hij wordt dan als het ware van binnen uit gedreven. Wanneer je kind op zo’n manier bezig kan zijn gaat het helemaal op in het spel.
Leuk om eens op te letten waar jou kind van gaat stralen!

Flow

Iedereen heeft deze innerlijke drive. Maar helaas leren we, in de loop van ons leven, een hoop dingen aan of juist af. Hierdoor ontstaat er een afstand komt tussen onze oorspronkelijke drive en de manier waarop we doorgaans reageren. We zijn dan niet meer ‘in the flow’ en dit kan leiden tot een onrustig gevoel , of zelfs angst. Alsof je niet helemaal functioneert  zoals je eigenlijk bedoelt bent.
Ook bij kinderen is dit helaas al vaak het geval. Wij als ouders denken al snel dat wij de beste aanpak weten voor ons kind, en school doet daar vaak nog eens een schepje bovenop. Door het vaste programma en de richtlijnen hoe de stof het beste  geleerd kan worden, is er soms te weinig ruimte  voor de lievelingsstrategie van jouw kind.

De beste versie van jezelf

Weet  dan als puber nog maar eens het verschil tussen gebruik maken van je talent en goed presteren op basis van wilskracht.
Gelukkig  is onze innerlijke drive nog steeds aanwezig , al voelen we ons hier soms wat van vervreemd.
Gelukkig kunnen we altijd  weer ontdekken waardoor we nou echt gedreven  worden.

Maar  hoe mooi zou het zijn als we ons meer bewust worden van dat wat onze kinderen drijft, nu ze nog jong zijn.

Zodat ze hun talenten nu al tot volle wasdom kunnen laten komen.
Zodat ze de beste versie van zichzelf kunnen worden!

Mijn wens voor jullie voor 2014!